Monument Als jij vanuit je hoogste punt het galmend brons hemels laat leven en honderden mensen een plaatsje gunt wetend dat hun slechtheid weer wordt vergeven, Loop ik door en denk na Als men bij jouw heiligste plaats schreiend knielt en de handen vouwt, zachtjes fluisterend een standaardverhaal niet begrijpt wat het inhoudt Loop ik door en geloof. Daar sta je dan, trots maar stram Machtig wijs je naar boven. Wie weet volg je ook, kil en klam Ik heb je niet nodig om echt te geloven Dus loop ik door en geloof, Op m'n eigen manier. Buurvrouw Soms, heel soms lijkt het leven perfect Een prikkeling van het orgaan die door ritmische beweging zowel teder als direct tot een hoogtepunt rijkt en je diepste gevoel dansend naar zelfbeleving de zorgen uit je lichaam trekt Totdat zij aanbelt en vraagt of de muziek wat zachter mag. Vergankelijk Een woedende storm grijpt de eeuwigheid vast. Een glimp van een vogel verandert het beeld van de last. De triomf is enorm. Het leven betast, als de pijn van een kogel de cyclus verrast. Het leven is denken. De ziel wordt bekrast. Ik denk dus ik leef. Hij liegt dat hij barst. Waas Een bril zonder glazen Een leegte of een visie? Cultuur, televisie Visie, vies of juist zo schoon Wazen, Tijd om naar huis te gaan. Vergaan Verpulverde keien rotsen, bergen glijden door mijn onderdanige hand En zullen nu geen moeite vergen licht als as, vernield, verbrand. Ik speel ermee en gooi een schelp aan de kant niet mooi, niet oud slechts nieuw in dit land. Maar de wijsheid van stuifzand is meer dan alleen iets nietigs, iets simpels: 'De Imposante Kracht van Voorheen' Traan Erosie van een hemellichaam een tweetal tranen smeltend rood Vreugde, verdriet, een eindig begin van leven of de donk're dood Zeven zonnen, zondaar, stuk blijkt overwonnen door het ongeluk Laat zijn wat is, wat is van mijn idealen, denkbeelden onbestuurbaar als die traan Tijdgrens 23:59 Het is al laat ik probeer vóór het nul-punt te begrijpen dat ik op de rand van m'n kunnen sta. Of ik werkelijk nog besta. 0:00 Waar ben ik mee bezig Eén minuut later die me verlaat en alle hoop doet zakken Hoewel het begin van een nieuwe dag aanbreekt. Thermometer Terwijl het zware metaal, waarschuwend voor onheilgoden, sluipend naar het einde stijgt, laat ons de C, F, K, ijskoud. O, zon je krijgt een warm onthaal. De poort staat wijd voor je open. Je geeft je straling en de warmte blijft, wij mensen ook, ijskoud. Het kwik nadert het einde langzaam. Maar wij zijn al eerder de doden, die Moeder Natuur aan haar degen rijgt. En we zullen verstijven, ijskoud. IJskoud... Revolutie Toen de kerkklokken dertien maal sloegen En bij elke slag om een dode vroegen bleef hij staan, alleen voor de hel. Hevige stoornissen door het woud Iedere gestalte voelde al koud toch bleef hij staan, alleen voor de hel. De hitte ondraagbaar Z'n gezicht werd ontveld Hij durfde niet verder, onze held. Het zwaard van de goden Onmetelijke pijn toen hij doorkliefd werd de held op het plein. Papegaai Vloeken is aangeleerd Wordt geen naprater Rolt in duizendvoud uit de drukpersen Opgedragen door de machine Discipline, tot de dood jou scheidt. Opmerkzaam Weinig mensen merken, dat maar weingen ooit zullen merken dat men slechts gemerkt in plaats van opgemerkt wordt. Op de tocht Een kruitvat als kippenhok waar haat en leed vermengd met zweet de vonk ontplooit met hitte en leuzen Blote voeten met stalen neuzen die trappend naar buiten op weerstand stuiten van een western storm Maar ook een oostenwind maakt koud Moe Heldendaad, staat paraat op ieder moment dat het leven zich wederkeert van het bestaan. Verder in het gebied wat geschiedt in het hiernamaals of nu. Nu ik alleen sta voor alles wat ik zou willen maar niet wordt gerealiseerd Zodoende dat ik mijn verschillen in het midden laat en verlaat. Een leven zonder aandacht voor alles en niets. Moe II 1990 was het jaar dat het zou gebeuren Mijn leven zou verscheuren in delen die een eigen leven leiden En zodoende de vermoeidheid niet kan verschuilen En een stilte veroorzaken Die niet alleen mij raakt, jammer. Mensen Hoe kom je aan moed Waar houd je je mee bezig als je strak voor je uit kijkt dood lijkt Organisme wordt mechanisme Waarom leef je dan om te dienen denken voor je leed Alsof men vergeet Dat hij heeft gedaan wat God liet vergaan Licht Waarom kaarsen voor licht? Er zijn toch genoeg gedichten die het licht mogen zien. Waar zijn de lucifers? Levensboek De bijbel vertelt al eeuwen een van de belangrijkste geboden Toch hoor je de moordende schreeuwen van zeer gelovigen, doden De koran vertelt al eeuwen een van de belangrijkste geboden Nog hoor je de moordende schreeuwen van extreem gelovigen, doden De strijd bestaat al eeuwen eens was het nog verboden Doch de leiders blijven schreeuwen Bloedende zondaars, doden, doden... Iets dieps Iets dieps, zei de filosoof terwijl zo doof door de creeps van de geallieerde landmachtloosheid Het jaar 2000 Oneindig veel sterren achter de mist Onzeker verlagen Niets dat het wist Een heel klein konijntje bang in z'n hol Soldaten in bunkers Gewapend schiet vol Lijden doet leven Een almachtige kracht Niets zal meer geven Voor niets tot 2000 gewacht Hà-hà-hàsjiees Afghaanse hond rent door mijn neus. Gestenigd door de joint-venture Evangelisatie Evangelisatie bedt de mensheid in Onsterfelijk wordt levenloos Een wezen zonder eigen zin Een beslagen bril er wórdt voor je gekeken Doe niet wat je zelf wilt De macht zal zich wreken Vervlogen dromen, vervlogen ideeën vervlogen vleugels...afbraak van jezelf De veelbesproken grijze massa EO-A De evangelische omroep roept A bij de TV dokter De Hilversumse medici helpten de goedgelovigen naar de hel. De hel van MCW WVC,WC, spoelen maar. U kunt gaan Drift Een gore grijze nacht De onweerstaanbare macht verstoort de vrede van de laatste rustplaats. Het verrotte vlees Machtige stank die je laat kreperen, onteren, verkracht. Vrij in het graf, geef hem toch gratie... ZIJ wilde toch slechts een neukrelatie? Discriminatie Er is nog één wachtende voor u Er is nog één wachtende voor u Er is nog één wachtende voor u Er zijn nog twééwachtenden voor u Depressie Zomaar een dag een dag vol vragen Kwellende gevoelens die je steeds blijven belagen Zomaar een dag Vlucht in geloof Mee met de massa Blind en doof Zo'n nare dag Wees toch eens blij! Het zonnetje dat schijnt!.. "...het hoeft niet meer voor mij..." Besef Vele molekulen bezitten meerdere atomen. Ieder mens zit vol platonisch mooie dromen. Kernsplitsing, radio-aktiviteit. Droomafbraak, toch realiteit. Kernfusie, een teveel aan optimisme. Lang leve het Realisme! Antique Je glijdt en schreidt langs curiositeit loopt door en kijkt tikt uren, slaat strijd Eén seconde stilte voor Vadertje Tijd Een duw, steeds haast nog nooit genegeerd, nu plots verbaasd want Vadertje Tijd had altijd al gelijk Z'n loopwerk is oud, draait niet als het hoort toch neem ik hem mee, ver weg van dit oort Waar ik samen met Vadertje Tijd- loos kan leven. Angst Als de dood voor het leven het leven van jou jouw leven met de dood als einde, het einde van de angst, een angst voor de dood. Leef! Leef! Lever je over! Als... Als er geen haat was. Als oorlogen niet hadden bestaan. Als Als niet Als was zou het misschien beter gaan. Maar als niemand ooit nadenkt. Als de realiteit niet onder ogen wordt gezien zullen we Als altijd blijven gebruiken. Als we er dan nog zijn misschien. Groen ei Ondertussen-binnendoor Het was op een mooie dag in november. Het stralende licht verwarmde niet alleen het prachtige bos, de vogeltjes vloten hun mooiste lied. Ze hadden vast net als ik een ei gelegd en moesten even bijfluiten om dat gevoel in hun lijf terug te krijgen. Wat was dat lekker, zeg. Het begon al aardig hard te sneeuwen en het mannetje moest z'n ei bedekken met zijn donsveertjes. Op zich was het nest best wel confortabel, afgezien van die uitstekende twijgjes. Hij doezelde langzaam in en dwaalde af naar het diepst van zijn emoties. Daar aangekomen zag hij niets anders dan het groen van de werkelijkheid. Nee, niet groen, anders. Het kostte veel moeite om na te gaan wat voor een kleur het dan wel was. Anjergroen, grasgroen, Ko de Boswachtergroen, hij wist het niet. "Waarom is er niemand die het mij vertellen kan?", dacht het vogeltje en viel voorover, zonder er bij op te merken dat een onnatuurlijk takje zachtjes in zijn veertjes prikte. Het zou vast wel één van die takjes zijn die door zijn vouw, Stefanie, was gevonden. Zij was altijd te vinden in de bebouwde wereld die ongeveer vier-drie-derde minuut vliegen was. Waarom zij daar altijd was wist hij niet maar feit was wel dat ze nooit thuis was, gelukkig. Stefanie was ontzettend geobserneerd door al die nieuwerwetse woningen. Deze woningen kenmerkte zich door de grote hoeveelheid metaal dat gebruikt werd voor de bouw. Het nest had hij zelf gebouwd. Takje voor takje. Twijgje voor twijgje. Het zat echt vakkundig in elkaar, daar kon menig vogel een voorbeeld aan nemen. Maar Stefanie nam altijd van dat rot spul mee om het nest 'mooier' te maken. Dat wil zeggen zij vond het daar mooier door worden. Meestal kwam het er op neer dat het degelijke nest aan alle kanten voorzien werd van moderne rotzooi. Echt weer iets voor haar om zo'n rottakje in het nest te steken. Ondertussen was dit ijzerdraadje reeds door het dons gestoken en begon zachtjes maar indringend in zijn vel te prikken. Maar het groen hield hem zo bezig dat hij dit helemaal niet voelde. De punt van het voorwerp naderde het dode punt van z'n huid en het vogeltje liet de spies niet in 't evenwicht. De groene gedachten snuifden aan het rood en gingen snel hun eigen weg terwijl de doodsangel met een klein knakkend geluid de rode massa indrong. Langzaam druppelde het vocht het nest in. Tjilke, zo heette hij, werd niet wakker door deze perforatie maar kwam nog dieper in het groen. Het groen leek die andere kleur wel te verdrukken. Wat moest hij in God's naam nou met rood in deze wereld? Of, wereld, was het wel een wereld, of was het een irrealistische materie? Wat is het, wie kan het me vertellen? In de verte hoorde Tjilke een zacht zoemend geluid. Het deed hem denken aan het konijnenkoor dat met kerst vorig jaar een oorstrelend concert had gegeven. Twee van die konijnen kende Tjilke wel. Het waren Krendor en Tortjis. Al in hun vroege jeugd waren zij bevriend. Vrijwel altijd waren ze samen in het bos te vinden. Ze deden dan leuke spelletjes en gingen later naar de 'Dikke Den', een oud caféaan de rand van het bos waar het zo ontzettend gezellig was dat ze er nog waren als de andere vogels al begonnen te zingen en enkele konijnen naar hun werk gingen. Tjilke probeerde in deze vroege uren ook zijn mooiste stem te laten horen en de twee konijnen brulde dan uit volle borst mee. Krendor was er niet meer, vier-twee-tweede week geleden is hij overleden. Wezens uit die nieuwerwetse woningen hadden hem achtervolgd tot in z'n hol. Hij , z'n vrouw, wèl een heel lief meisje, en z'n drie kinderen kregen alle vijf een kogel. Het bloed was tot aan de boom waar Tjilke woont gestroomd en wilde ook na alle herfstbuien niet oplossen. Steker nog, pas vijf weken later zou na hevige stank de laatste restanten weggerot zijn, en Tjilke verlost zijn van alle visioenen. Tortjis was vergiftigd door zijn vrouw. Vier-één-éénde maand geleden om precies te zijn. Zijn vrouwtje was de hele avond weg geweest en Tortjis ging ervan uit dat zij bij alle andere vrouwen uit het bos zou zijn om te praten over de toestand waarin zij leefden met hun 'natuurlijke echtgenoten'. Deze groep stond onder leiding van Stefanie, die vrijwel alle vrouwen tot het uiterste dreef om de moderne wereld te aanschouwen en tot zich te nemen. Die nieuwerwetse vrouwenpraatgroep zou haar goed doen dacht hij nog. Niets bleek minder waar. Na een lange speurtocht had zij de juiste plant gevonden en was huiswaarts gekeerd. Met de vijf kogels die zij uit de andere konijnelijfjes had gepeuterd maalde zij de planten tot een zeer scherp geurend vocht, wat ze zorgvuldig in een uitgeholde peen liet stromen. Langzaam liep ze naar haar wettige echtgenoot en opende het kleine mondje. Tortjis werd wakker van het gerommel en begroette z'n lieftallige vrouw met een zachte kus. Slechts enkele minuten later viel hij al weer in een diepe slaap. Toen ze het sap van de bewuste plant tussen z'n tandjes liet sijpelen ontwaakte hij wederom, maar viel al spoedig weer in een hele diepe slaap. Daar was het geluid weer. De zacht golvende streling leek op het gezang van die bewuste kerstmis. Het vogeltje keek goed om zich heen, maar kon niet zien waar de bron zich bevond. Hoewel, zo'n vierhonderd meter in noordelijke richting scheen een fel, groen licht. Nee maar, het waren Tortjis en Krendor. Ze waren groen! Het felle groene licht omhulde de twee vrienden en leek hen niet los te kunnen laten. Tjilke snelde naar hun toe maar ze waren direct weer verdwenen. Hij keek om zich heen hoorde weer dat prachtige gezang. Maar nu verschenen ze weer aan de andere zijde van de boom. Het hele bos werd verlicht. Het was zelfs zo fel dat Tjilke z'n oog moest sluiten om niet helemaal blind te worden. Wederom werden de geluidsgolven een rechte lijn. "Krendor!", riep hij nog maar het geluid was werkelijk verdwenen. "Tortjis!", probeerde hij nogmaals. Tevergeefs. Het bloed stroomde gedeeltelijk uit het vogeltje maar er was ook een aanzienlijk deel dat het groen bleef achter volgen. Tjilke snapte het niet meer en begon zachtjes te huilen. Opeens schudde het nest enorm zou het rood het groen hebben ingehaald? Godver, nee toch?! Die klootzak zal toch niet Het was Stefanie die thuis kwam van haar full-time job. Tjilke deed z'n ogen open maar de spiertjes die ervoor moeten zorgen dat het ooglid open getrokken wordt weigerden dienst, net als Tjilke zelf overigens. Toch voelde hij dat het Stefanie was. Misschien rook hij het wel. Nee, hij rookte het wel. Hij keek op z'n horloge en zag dat nog geen vierkwart over vier was. Vijf was het vreselijke getal, het getal van het kwaad. Iedere keer als het getal vijf in de buurt van Tjlike kwam was het vrijwel onmogelijk om het kwaad tegen te gaan. Iedere keer als hij ook maar het gevoel had dat er een vijf in de buurt was, was hij al helemaal van de wereld en leefde op de laatste krachten van z'n lichaam. Ook ditmaal was herstel moeilijk, zo niet onmogelijk. De vijf werd daarom door hem dan ook consequent gemeden. Maar soms kun je er gewoonweg niet omheen, met alle gevolgen van dien. Wellicht omdat vijf rijmde op wijf? Een literair dichter zijn was niet z'n sterkste kant. Maar het was wel z'n vrouw die op de rand van het nest stond, zijn nest. "Wat doe je hier?", vroeg hij nors. "Ik kom net van m'n werk, dat moet jij toch weten sukkel. Is het eten al klaar en geen wormen want ik ben vegetarisch geworden." Een rode spoor nalatend kroop Tsjilke naar het aanrecht. "Hé, eikel moet je niet op je kind letten? Lul, ik moet ook overal zelf aan denken." Tjilke begon aan het diner van deze avond. "Vleesloos, mijn hemel, dat heeft zij weer, sterker nog: dat heb ik weer." Stefanie nam de plaats op het ei over. En begon de gazet te aanschouwen. Na een minuut of vier-vier-vierde kwam de kok met z'n vegetarische schotel en nam plaats bij z'n echtgenote."Groen is gezond," zei ze uitbundig en begon als een beest in de smaakloze hap te schranzen. "Mijn groen, het is mijn groen." dacht Tjilke. Een ontoelaatbare woede vulde zijn half lege lijf. "Je zit aan mijn groen, Stephanie. Mijn groen, hoor je dat! Je hebt helemaal geen recht om aan mijn groen te zitten. Je moet maar naar die nieuwe woningen toe gaan om je eigen kleur te ontmoeten een kleur die bij je past! Koekoek grijs!!" Stefanie keek op en bulderde veel harder dan Tjilke ooit uit z'n keeltje kon krijgen: "Als het je niet bevalt sodemieter je maar op, luie sodemieter! Want zo als Kesey het al zei: 'One dies east, one falls west, everyone will be thrown out of the cuckoos' nest." Het bloed begon steeds harder te stromen en viel sijpelend door het door hem toch zo grandioos gebouwde nest naar de bodem, groen. De ijzeren spies zat nog steeds vast in z'n lijfje en trilde telkens als Tjilke adem probeerde te halen om die trut uit te schelden. Maar hij had de kracht niet om de pijn te verdragen die nu wel begon door te zetten. Z'n oog viel op het groen dat op het bord van z'n tegenstandster lag. Er was nu slechts één oog in z'n hoofdje. Voordeel was wel dat hij nu met het gevallen oog goed kon zien wat voor een kleur groen de rauwkost had. Net toen hij ervan overtuigd was dat het zijn kleur groen was gleed het dikke rood langs zijn enige oog en zag hij enkel maar rood, vijf keer zo rood als zij Met een spletterend geluid viel ook z'n ei naar beneden. Groen werd rood. Alles werd stil om hem heen. Het eens zo mooie bos bleef achter op z'n fantasie. Elk blaadje, ieder nerfje kreeg de oorspronkelijke kleur van z'n geboorte terug. Tjilke zakte diep weg. Weg van Stefanie, eindelijk. Hier had hij jaren op gewacht. Eindelijk terug naar z'n vrienden. Naar die eindeloze tijd. De eindeloze tijd. Samen met 't ei ging hij op weg naar z'n eigen wereld. Een diep vrij gevoel overviel Tjilke. Dit moest dan zijn waar hij altijd over gelezen had, hetgeen hem steeds weer een klein stukje van zichzelf liet zien. Was dit mooi? Hij dacht van wel. Niets wat de gedachte van Tjilke tegen kon houden. Zelfs niet het langzaam weer sterker worden van het gezang, de bevrijding. Z'n èchte vrienden.