duijn1.htmlduijn1.html duijn3.htmlduijn3.html Serge van Duijnhoven Eva Weyn in het Magazijn haalt zij herinneringen op. Niet veel ('mijn geheugen is een gieter') zij verhaalt van haar jeugd 'papa, mama, wat is puberteit?' papa, mama: 'dat is als kinderen lastig worden, vragen stellen weglopen van huis.' het was haar vader die het eerste wegliep - zij volgde later tweemaal trouw zijn voorbeeld in de ontrouw maar het kind van destijds: 'ik zal altijd bij jullie papa, mama, altijd! dat beloof ik jullie' zij, dezelfde, nu: 'ik ga wanneer ik wil en waar ik wil' zo vond ik haar ook, nabij Gent een meisje liftend langs de routes de Flandres, een kruising aan de rand van de E 19, zij: nauwelijks negentien, kwiek brutaal & geil, erinye aankomend juf latijn in gezelschap van een naar zweet stinkende vent, een otter met een staart ik: 'mag ik jouw latijn zijn?' zij: 'alle talen' en zij dan? alle kwalen! Eva Weyn - vrucht & drank - vrouw & serpent - wonde & zonde - bloed & stonde - eten & drinken - appel & peer - koek & ei - vreugde & venijn - genot & pijn - hart & zeer Verwondingen op de vloer: het uitgedroogde schilletje van mandarijn ik wind mij om verwond mij aan al haar mondingen vooral haar pruilmond wil ik in zij verslikt zich in mijn zin mijn tong zij zegt: 'ik wilde een klein kusje maar' verwondingen ze is naakt voor ik het onraad ruik en aan het oog onttrek de gordijnen dichttrek ik mag haar helemaal zien zegt ze, zoals ze is en niet. Haar spel: 'toch niet/toch wel' ą poil! (voilą?) een kieken, helemaal stout en kaal een kieken met een kriekenmond, hier dartel en toch niet toch wel de prinses in haar blote kont maar niet haar voeten die vindt ze de pluk van mijn blik blijkbaar niet waard zij, tegen haar vriend: 'toe, zeg eens lieve woordjes tegen mij' haar vriend (denkt na, een poos, zegt dan): 'jij zult altijd een goede vriendin blijven' Kat en hond Kat en hond blijven spelen zij: 'ho! ho! ik heb nog geen keuze gemaakt' ik: ''kook niet' zij: 'voor wie?' zij belt vanaf mijn woning, vanuit mijn vertrekken naar haar vriend: 'ja, ik ben bij hem. kreeg je mijn brief?' zij fluistert donker spijt en onmin als zij ophangt is het of ik ben verplaatst als toren en loper op een schaakbord zij: 'laat hem maar lopen en grommen de hond. Eindelijk, al is het vermoedelijk te laat.' tegen mij: 'laat jij nu dan mijn hond zijn. Mijn trouwe kameraad' gaat het om de trouw het touwtrekken om 'jou'? (een enkel woord als accreditatie) of om het liefhebben, subtiel inventief, inventionen voor erotische zonen rokade, klein - groot promotie in de rangen van het wrange? zij: 'het blijft natuurlijk spel' ik: 'zeker kameraad, tot in de dood' loper, toren, hond, geliefde, lijk chinees gezegde: na de partij is alles weer gelijk; koning en pion verdwijnen na een poos in dezelfde houten doos zij: 'maar het moet wel spannend blijven...' samen in bad, in bed, daarna: 'jij mag mijn minnaar blijven' want het moet wel spannend blijven? voor lang? hoe lang? langer, dit keer of toch weer dat poosje van haar? daarna: 'jij mag mijn mandarijn zijn die ik pel onder mijn eigen raam en ik jouw courtisane.' een hond figuurkakt voor de deur een geurige diarreebus, daarnaast oranje schil onder het raam een kater jankt zijn meimeriade de lente blijft een onweer in haar hoofd midden in de nacht: 'mijn man heeft een blaffer' de hele tijd gewacht of er wordt aangebeld twee ratten in de rats in de ochtend, doodop lijf en leden bedoomd lens in de lendenen prevelt zij (quasi, om gerust te stellen): 'ach, blaffende bijters schieten niet'